VVDers spreken over integratie. Wat de VVD betreft, gaat Utrecht op slot voor slecht geïntegreerde allochtonen. Twee pleitbezorgers van een harde aanpak gaan op veldwerk in Lombok. Waar de werkelijkheid nét iets anders is dan zij dachten.
Ontspannen leunt de jonge Turk Omer Tekir tegen de balie van zijn belwinkel, Telecorner II aan de Kanaalstraat. Een enkele klant is er aan het internetten, maar de telefooncellen zijn aan het einde van de ochtend nog leeg. Hij wil dan ook best even tijd maken voor Albert van den Bosch en Halbe Zijlstra, raadsleden van de Utrechtse VVD, die zijn winkel zijn binnengelopen.
Het liberale duo wil wel eens horen wat de inwoners van de gekleurde wijken in de stad vinden van hun ideeen over de integratie van allochtonen. De Turkse ondernemers zijn natuurlijk VVDers in de dop. Het zijn ondernemende geesten, merkt Albert van den Bosch op.
Vooral het voorstel van de raadsleden om ook in Lombok een zero tolerance-beleid in te voeren, blijkt op opvallend veel instemming te kunnen rekenen van deze en andere winkeliers in de wijk, waar steeds meer wordt geklaagd over verslaafden en Marokkaanse jongeren.
Klant Orhan Yesilyurt komt achter zijn pc in de belwinkel vandaan om zich in de discussie te mengen. De Nederlandse wetten zijn niet streng genoeg. Je moet niet gedogen, maar aanpakken. Het gaat Yesilyurt aan het hart, zegt hij, dat de sfeer in Utrecht zo veel grimmiger is geworden in de dertig jaar dat hij er woont. Vroeger zaten we allemaal samen Nederlanders, Turken en Marokkanen - in de City Bar. Nu zit iedereen liever in zijn eigen groep. Tekir knikt instemmend, terwijl hij geld voor een telefoonkaart incasseert.
De Kanaalstraat met overwegend allochtone winkeliers, is zowel geliefd als berucht om zijn chaotische sfeer: midden op de weg geparkeerde autos, rotzooi op de stoep en shoarmatenten die bijna de hele nacht open zijn. Van den Bosch, zelf woonachtig in het (witte) oostelijk deel van de stad, komt niet zo vaak in deze gekleurde wijk aan de Utrechtse westkant, bekent hij terwijl hij zich een weg baant tussen kriskras op de stoep uitgestalde groentebakken. De fractievoorzitter houdt wél van gespierde taal over het mislukken van de multiculturele samenleving. Stop de instroom van kansarme allochtonen in de stad, we zitten aan ons plafond, luidt zijn laatste uitspraak naar Rotterdams voorbeeld. Zijlstra vult aan: De gemeenten rondom Utrecht bouwen vooral duurdere woningen. Je krijgt dan niet alleen een witte vlucht uit de stad, ook de welgestelde allochtonen vertrekken. En de huizen die zij leeg achterlaten, worden voornamelijk opgevuld door mensen aan de onderkant van de samenleving. Van den Bosch: We moeten in de stad meer koophuizen bouwen, en de criminele jongeren, die de boel terroriseren, harder aanpakken. Eigenaar Ton van Vliet van de gelijknamige lampenwinkel in de Kanaalstraat hoort de VVDers rustig aan. De ondenemer, 54 jaar oud, woont zijn hele leven al in de straat. Elke dag staat hij tussen de rijk geornamenteerde schemerlampen en lichtpitten in alle denkbare vormen. Dus jullie willen dat de probleemgroepen ergens anders gaan wonen? Maar dan gaan ze dáár toch problemen maken? Dat lost toch niets op? Ik heb de allochtonen naar deze wijk zien komen, en met de meesten valt prima te leven. Ze komen hier gewoon hun lampen kopen, zegt Van Vliet.
De VVDers krijgen nogal wat over zich heen tijdens de gesprekken. Koerdisch-Iraakse snackbarhouders vragen zich af waarom Nederland zo lang doet over het verstrekken van verblijfsvergunningen aan hun bedreigde landgenoten. De Marokkaanse eigenaar van een schoenenzaak baalt van de anti-Marokkanenstemming om hem heen: Ik zie de politie soms jongens puur op grond van hun afkomst oppakken. Maar de raadsleden zijn zichtbaar verbaasd over de welwillendheid waarmee de bewoners en winkeliers de discussie aangaan.
Vooral de groepjes rotzooi trappende Marokkaanse jongeren zitten veel Turkse ondernemers, zo vertellen ze zachtjes, nadat ze zich ervan hebben vergewist dat er geen Marokkanen in de zaak zijn. Van den Bosch: Het is toch erg dat u dingen niet hardop durft te zeggen. Daar kan ik echt boos om worden.
In het Marokkaanse koffiehuis Sahara, op de hoek van de Vleutenseweg, drinken de raadsleden een kop koffie. Ze zijn de enige Nederlanders in de sober ingerichte zaak, waar een wat landerige sfeer hangt. Ook daar komt het gesprek al snel op het rotte deel van de Marokkaanse jeugd. De mannen willen er hun dominospel best even voor onderbreken.
Mensen zijn soms bang van mij, vanwege die groepen. Zij denken: alle Marokkanen zijn zo, vertelt een bezoeker in trainingspak. Ik begrijp die jongeren niet. Ik kwam naar Nederland om centjes te verdienen voor mijn familie. Maar veel van die jongeren van de derde generatie willen alleen maar dure dingen, zonder ervoor te werken. Terwijl die jongens beter zijn geïntegreerd dan ik, zegt de 33-jarige Mohamed. Wat mij betreft: gooi ze maar in een tuchtschool, vervolgt hij tegen de instemmend knikkende Van den Bosch.
Op andere punten krijgen de raadsleden minder bijval. Een oudere Marokkaan wil hun wel even meegeven dat het niet alleen de schuld van de buitenlanders is dat veel ouderen zo slecht Nederlands spreken. Ik kreeg vroeger nooit een cursus, hoe vaak ik er ook om vroeg. En nu moet het opeens, zegt hij geïrriteerd. Wat vindt u ervan dat vrouwen meer rechten krijgen in uw land van herkomst, wil Van den Bosch van hem weten. Dat is slecht. Mannen moeten gewoon de baas blijven. Vrouwen zijn moeilijk, antwoordt deze tot groot ongenoegen van de raadsleden.
Wat ontzettend boeiend. We zouden veel vaker in de koffiehuizen en op straat met de mensen moeten praten, dan om tafel te zitten met telkens dezelfde Marokkaanse en Turkse vertegenwoordigers, zegt Van den Bosch na afloop van de wandeling. Wat hem opvalt? We krijgen nauwelijks vrouwen te spreken. Er is nog een lange weg te gaan wat betreft de vrouwenemancipatie. En: Allochtonen balen van dezelfde dingen als wij.
Volkskrant | Charlotte Huisman | 18-10-03