Index head
index lomboxsitemapgeschiedenis van de wijkvraag en aanbodintegratie in Lombokkunst in Lombokcinebox | films supersnel internet in Lombokwelzijn in Lombokwerken in Lombokwonen in lombokcineboxsitemapgeschiedenisvraag en aanbodcultuurwelzijn in LombokondernemersKunstboXwonen in LombokSUPERSNEL INTERNET IN LOMBOK

































update 23-10-2005

Straten

Straatnamen in Lombok

Hieronder tref je enkele straatnamen uit Lombok aan. Maak je keuze uit de lijst. Als je tips hebt of een tekst over een straat die hier nog niet bij staat mail die dan naar: straatnamen@lombox.nl

De tekst is deels afkomstig van de webmaster Rob Velders van www.bezuidenhout.nl die de teksten op internet en uit het boekje " Toen Den Haag nog 't Haegje was; Het Bezuidenhout " door E.M.CH.M.Janson heeft verzameld. Bedankt!
Meer over de geschiedenis:
> beknopte geschiedschrijving
> foto's van straten nu
> foto's van straten toen
> lombokgeluiden van nu
> wandelroute met geschiedenis

Van den Bosch

Johannes van den Bosch

Geboren 2 februari 1780 te Herwijnen als zoon van een arts. Hij trad op 17- jarige leeftijd in dienst als luitenant der genie van de Bataafse republiek. Hij maakt vervolgens zeer snel promotie. Wegens een meningsverschil kreeg hij op 28 jarig eervol ontslag en de rang van kolonel. Hij was toen in Indië en moest 2 jaar wachten voor hij terug kon naar het vaderland. Zijn schip werd echter overmeesterd door de Engelsen en hij werd krijgsgevangen en naar Engeland gebracht. Hij werd vrijgelaten in 1813 en sloot zich onmiddellijk bij de Herstelpartij aan waarmee hij het door de Fransen verlaten Utrecht bezette en hield gedurende de winter Naarden, dat nog door de Fransen was bezet omsingeld. Hij werd kolonel bij de generale-staf en kort daarna generaal-majoor.
Begin 1819 kreeg hij op verzoek “non-activiteit” om zich geheel te wijden aan zijn ideaal om behoeftige stedelingen een bestaan te geven als landbouwer op de nog woeste gronden van Overijssel en Drenthe.

Na 3 jaar trad hij weer in dienst als administrateur van de militie en de schutterijen. Willem I, bij wie hij in de gunst stond, benoemde hem in 1827 tot Commissaris-Generaal voor West-Indië met de opdracht het bestuur te hervormen en de volksplantingen tot welvaart te brengen. Na 3 maanden keerde hij weer terug en besprak met Willem I de wijze waarop het armlastige Nederland gered kon worden van bankroet. Na tot luitenant-generaal te zijn benoemd voer hij als Gouverneur-Generaal naar Indië om er van 1830 tot 1834 het bewind te voeren.

Zijn voornaamste succes was de stichting van het Cultuurstelsel op Java , dat weliswaar een ramp was voor de locale bevolking, maar een financieel doorslaand succes voor Nederland. Ook voerde hij de Padri-oorlog, om een eind te maken aan een opstand op Sumatra. Dat mislukte echter.

Teruggekeerd in Nederland werd hij meteen minister van Koloniën. Na verwerping door de Tweede Kamer van een voorstel om een lening aan te gaan ter waarde van 56 miljoen gulden ten behoeve van Nederlands-Indië trad hij in 1839 af. Vervolgens wijdde hij zich aan sociaal werk, werd op 1842 lid van de Tweede Kamer en bleef daar tot zijn dood op 28 januari 1844. In 1835 had Willem I hem overigens in de adelstand verheven (baron) en in 1839 tot graaf.

omhoog


Both

Pieter Both

Het is niet precies bekend wanneer Pieter Both is geboren, wel dat het in Amersfoort was. Van zijn jeugd is niets bekend, hij treedt pas voor het voetlicht als hij als admiraal in 1599 met 4 schepen van de Nieuwe of Brabantsche Compagnie naar Indië vertrekt. Hij keert met 2 volgeladen schepen terug en verdwijnt weer naar de achtergrond. De kort daarvoor opgerichte Verenigde Oostindische Compagnie richt een “Indische Regeringh” bestaande uit een Gouverneur-Generaal en een Raad van Indië op om de zaken in de archipel beter te organiseren en en verzoekt Borh om de eerste Gouverneur-Generaal van Indië te worden. Hij vertrekt dat jaar (1610) met 8 schepen en komt ruim 10 maanden later in Bantam aan. Hij bracht een uitvoerige instructie mee. Bijna 4 jaar is Both er als GG werkzaam geweest. Hij legde er de kiem voor de stad Batavia (Jakarta), sloot contracten met voornaamste vorsten der Molukken, veroverde Timor op de Portugesen, verjoeg de Spanjaarden van Tidore. Hij droeg het gezag over aan Gerard Reynst in 1614 en vertrok met 4 schepen die een lading van 4,5 miljoen vertegenwoordigde. Both haalde Nederland echter niet. Twee schepen vergingen voor de kust van Mauritius tijdens een zware storm en ook Both verdronk. De op één na hoogste berg van Mauritius heet nog Pieter Bothsberg.
Both was een vroom, ingetogen en plichtsgetrouw man, maar miste zelfstandigheid en was uiterst jaloers op medewerkers die meer doortastendheid toonden.

omhoog


Camphuys

Johannes Camphuys

Geboren te Haarlem op 18 juli 1634. In zijn jeugd was hij zilversmidleerling in Amsterdam. Hij vertrok in 1653 naar Indië in de rang van assistent. Het schip verging echter voor de kust van Zeeland en hij vertrok opnieuw een jaar later. Hij werd klerk en onderkoopman in Batavia en scheen niet echt op te vallen. Na 11 jaar werd hij koopman en maakte vervolgens snel carriëre. Hij werd opperkoopman en in 1670 vertrok hij als opperhoofd naar de uiterst voordelige post in Deshima in Japan. Deze functie kregen normaal alleen vertrouwelingen van de regering. Na een jaar keerde hij. zoals gebruikelijk voor die functie, terug en bekleedde de functie daarna nog 2 keer, afgewisseld met het lidmaatschap van de Raad van Justitie. In 1678 werd hij buitengewoon lid van de Raad van Indië . In 1681 werd hij gewoon lid en in 1684 volgde hij Speelman als Gouverneur-Generaal op. Omdat een aantal mensen zich gepasseerd voelde werd hij regelmatig tegengewerkt, waardoor zijn verstandhouding met de Raad niet optimaal was, soms niet aanwezig was, of zelfs besluiten niet uitvoerde. Maar de Heeren XVII waren op zijn hand en dus kon hij zijn gang gaan. Onder zijn bewind was er vrede in de archipel. Eind 1690 kreeg hij op zijn verzoek “op seer honorable en reputatieuse wyse” ontslag. Hij vertoefde sindsien afwisselend op zijn buitenplaats bij Batavia en zijn aan hem geschonken eiland Edam waar hij een huis naar Japans model had laten bouwen en waar hij dieren uit alle delen van Indië verzamelde. Hij overleed op zijn 61ste verjaardag in 1695.
Camphuys was, hoewel rechtschapen, geen krachtig bestuurder. Hij slaagde er niet in de corruptie onder ambtenaren aan te pakken. Wel had hij veel belangstelling voor de wetenschap en hij steunde hen dan ook waar mogelijk en schreef zelf ook een verhandeling over de stichting van Batavia.

omhoog


Coen

Jan Pieterszoon Coen

Jan Pieterszoon Coen werd geboren in Hoorn op 8 januari 1587. In 1607 vertrok hij voor het eerst naar Indië als onderkoopman van een schip. Hij maakte daar snel carrière en bereikte al in 1613 de positie van boekhouder-generaal. Tezelfdertijd werd Coen benoemd tot directeur van Bantam en Jakarta, het latere Batavia . Bantam was de centrale handelsplaats op Java en het directeurschap van dat kantoor was daarom belangrijk in de organisatie van de VOC . Tussen Bantam en de VOC waren de relaties echter gespannen, omdat het hof niet gaarne zag dat de Compagnie te dominant werd in de regio. In 1614 werd Coen directeur-generaal, de hoogste functie na de gouverneur-generaal. Op 30 april 1618 bereikte Coen het bericht dat hij door de Heren XVII benoemd was tot gouverneur-generaal.

Als gouverneur-generaal richtte Coen zich in eerste instantie op het realiseren van de wens een centraal hoofdkwartier te hebben. Coen liet daarom steeds meer goederen van de Compagnie overbrengen naar de pakhuizen in Jakarta, waar de VOC sinds 1610 een vestiging had.
Het tweede punt op Coen's agenda als gouverneur-generaal was het realiseren van het monopolie in de handel in nootmuskaat en foelie. Die specerijen werden uitsluitend op de Banda eilanden geproduceerd. Coen koos voor een harde aanpak en verscheen in 1621 met een grote expeditiemacht voor Lontor. Het eiland werd stormenderhand genomen, waarbij veel Bandanezen werden gedood.
Coen richtte zich ook op China. De strategie van geweld die Coen op Java en Banda had gevolgd werkte echter niet bij het Chinese keizerrijk.

In 1623 keerde Coen, op eigen verzoek, terug naar de Republiek. Hij werd daar met veel eerbewijzen ontvangen en werd bewindhebber van de VOC in de kamer Hoorn. Hij stelde ook een reglement op voor de handel van Nederlandse vrijburgers in Azië, dat grotendeels overeenkwam met zijn ideeën uit 1614. Het werd door de Heren XVII goedgekeurd. In 1625 trouwde Coen met Eva Ment. Al spoedig werd hij opnieuw benoemd tot gouverneur-generaal. In 1627 vertrok hij wederom naar Indië.
Coens tweede ambtstermijn stond vooral in het teken van de twee belegeringen van Batavia, in 1628 en 1629, door de vorst van Mataram. Beide belegeringen werden goed doorstaan, mede omdat het vijandelijke leger slecht bewapend was en veel te weinig voedsel bij zich had. Tijdens het tweede beleg overleed Coen echter plotseling, op 21 september 1629.

Tijdens zijn leven was Coen bij velen niet geliefd om zijn felle kritiek op een ieder, die het niet met hem eens was. Soms ontzag hij zelfs de Heren XVII niet, die hem dan een reprimande gaven. In algemene zin hebben zij het door hem gevoerde beleid echter niet afgekeurd. Coen was streng voor zijn minderen en meedogenloos voor zijn tegenstanders. Hoewel hij in een weinig zachtzinnige periode van de geschiedenis leefde, was het geweld dat hij bereid was te gebruiken om zijn doelstellingen te bereiken zelfs menig tijdgenoot te gortig. Voor Coen was succes in de handel eigenlijk alleen mogelijk onder de paraplu van een politiek en militair krachtige positie. Coen heeft door de eeuwen heen bewondering geoogst als de grondlegger van het Nederlandse koloniaal imperium in de Oost. De verovering van Jakatra en/of stichting van Batavia werden lange tijd als zijn grootste daad gezien. Sinds het begin van de 20e eeuw is zijn naam echter vooral synoniem met gewelddadig optreden.

omhoog


Daendels

Herman Willem Daendels

Daendels is geboren op 21 oktober 1761 te Hattem. Hij studeerde rechten te Harderwijk en promoveerde daar in 1783. In 1787 vluchtte hij naar Frankrijk en maakte de revolutie mee en sloot zich aan het bij Bataafse legioen, onder leiding van Pichegru. Hij trok met dit leger ons land binnen en hielp hij mee aan de totstandkoming van de eerste grondwet. Invallen van Engelsen en Russen in Noord-Holland kwamen hem op felle kritiek te staan. Hij nam ontslag en werd boer in Heerde (Gelderland). In 1806 werd hij door koning Lodewijk geroepen om Friesland en Groningen te verdedigen tegen de Pruisen. Vervolgens werd hij benoemd tot Gouverneur-Generaal van Indië . Hij kwam in Batavia aan in 1808. Zijn hoofdopdracht was Java te beschermen tegen de Engelsen. Hij versterkte stellingen en forten en legde de Grote Postweg aan. Hij trad tegen de inheemse vorsten krachtig maar tactloos op hetgeen hem gehaat maakte. Daendels roeide wantoestanden en misbruiken goeddeels uit en oefende strenge controle uit op de ambtenaren . Ook bestuur en rechtspraak reorganiseerde hij op moderne leest. Dat leverde hem veel weerstand op bij conservatieve krachten en er werd bij Napoleon dan ook over hem geklaagd. De beschuldigingen omtrend zelfverrijking waren nog het meest gegrond. Napoleon riep hem kort na de inlijving van ons land bij Frankrijk terug. Hij diende vervolgens weer in het Franse leger. Na de val van Napoleon bood hij zijn diensten aan aan koning Willem I, die echter weinig voor Daendels voelde. Uiteindelijk kreeg hij in 1815 toch een benoeming tot Gouverneur-Generaal van Guinee. Daar overleed hij op 2 mei 1818.

omhoog


Damstraat

Damstraat

De naam Damstraat is afgeleid van hofstede Damlust die ooit in de omgeving stond.
De ingang van de Lood en Zinkfabriek (1872-1975) was te bereiken aan het begin van de Damstraat bij de Dambrug. Het was een van de eerste straten in Lombok die vóór 1889 nog de naam Kazernestraat droeg.

Foto onder: 2001 met vlaggen van de winkeliersvereniging

omhoog


Van Heutsz

Joannes Benedictus Van Heutsz

Geboren 3 Februari 1851 te Coevorden, trad op zijn 16de jaar in dienst als vrijwilliger bij het instructie bataljon te Kampen en werd in Augustus 1872 benoemd tot 2de luitenant der infanterie. Naar aanleiding van het uitbreken van de Atjehoorlog vroeg en verkreeg hij in 1873 overplaatsing bij het Indische leger, was een jaar te Soerabaja in garnizoen en kreeg in November 1874 plaatsing op Atjeh. Al dadelijk onderscheidde hij zich daar in die mate, dat hij in November 1875 de Militaire Willemsorde (M.W.O.) 4de klasse verwierf en promoties maakte. Als kapitein was hij enige jaren werkzaam op het hoofdbureau van de generale staf, tot hij in Augustus 1889 benoemd werd tot chef van de staf van generaal Van Teyn, gouverneur van Atjeh.
In deze positie ijverde hij voor een krachtig aanvallende taktiek. Meermalen onderscheidde hij zich in 1890 bij gevechtshandelingen, waarbij hij eenmaal een zeer ernstige schotwond in de borst kreeg; dit optreden bracht hem de eresabel en bevordering tot majoor.
Van medio 1893 tot januari 1893 vertoefde hij wegens ziekte in Holland, waar hij in 1894 tot overste werd bevorderd. Na herstel was hij enige tijd gewestelijk militair commandant van Sumatra's Oostkust, maar werd, na de afval van Toekoe Oemar de gouverneur van Atjeh toegevoegd. Ook nu verrichte hij een aantal stoutmoudige daden, die hem in 1897 de Militaire Willemsorde 3de klasse en buitengewone bevordering tot kolonel brachten.
Toen hij in 1898 gouverneur van Atjeh werd kon hij zijn aanvalsplannen uitvoeren. Na een reeks uitzonderlijke daden kon in 1904 het groote werk als voltooid worden beschouwd.
Van Heutsz was intussen generaal-majoor geworden (1898), ridder van de NederIandse Leeuw (1899), commandeur van de M.W.O. en luitenant-generaal (1901)), adjudant-generaal van de koningin (1902) en grootkruis M.W.O. (1903). Bij al zijn militaire acties zijn naar schatting 100.000 doden gevallen onder de lokale bevolking en een miljoen gewonden.
Het volgende jaar benoemde de koningin hem tot Gouverneur-Generaal . Hij voerde de landvoogdij van 1 Oktober 1904 tot 18 December 1909 en zette het Atjehbeleid ten aanzien van de andere Buitenbezittingen voort. Tot in de verste uithoeken werd het Nederlands gezag gevestigd, waardoor de noodzakelijke basis werd gelegd voor de economische ontwikkeling en exploitatie.
Van 1910 tot 1922 was Van Heutsz in Holland gevestigd; toen moest hij een zachter klimaat opzoeken en vertoefde afwisselend te Meran en te Montreux. In laatstgenoemde plaats overleed hij 10 Juli 1924.

omhoog


Van Imhoff

Gustaaf Willem baron Van Imhoff

Geboren op 8 augustus 1705 te Leer aan de Eems. In 1725 reisde hij als onderkoopman naar Batavia en maakte daar snel promotie; koopman in 1726, opperkoopman in 1729, waterfiscaal in 1730, buitengewoon Raad van Indië in 1732. In 1736 werd hij gouverneur van Ceylon waar het onrustig was. Hij herstelde de rust, maakte een eind aan diverse soorten misbruik en won de keizer van Kandi voor zich. Hij reisde het eiland over.

Valckenier, de zittende Gouverneur-Generaal had een gloeiende hekel aan Van Imhoff. Hij beschuldigde hem van machtsmisbruik en klaagde over eigenmachtig optreden. Hij liet in 1740 Van Imhoff arresteren en zette hem op de boot naar Nederland. Echter, wat niemand nog wist in Indië , was dat in Nederland besloten was dat Van Imhoff benoemd was tot Gouverneur-Generaal. De machthebbers in Nederland stuurden hem dan ook in 1742 terug naar Indië op het schip De Hersteller.

Geïnstalleerd als Gouverneur-Generaal reisde hij door Indië, stichtte Buitenzorg, nam proeven met kolonisatie door Europese boeren, stichtte een ziekenhuis in Batavia, een Latijnse school, een postbank, een leenbank, een opleiding voor predikanten, een krant, een sociëteit en een Academie de Marine. Hij pakte de opiumsmokkel aan en ontwierp sneller zeilende schepen. Hij bleek echter te veel hooi op zijn vork te hebben genomen en het meeste werd al snel weer ongedaan gemaakt of raakte in onbruik. In de volksmond werd dan ook de naam van het schip waarop hij gekomen was omgedoopt tot “De Versteller”, doelend op het lapwerk van Van Imhoff.

Van Imhoff heeft politiek onhandig gemanouvreerd. Hij creëerde veel onrust en oorlog door de leiders te verbannen of te brusqueren. Hoewel hij zich in zijn laatste jaren zijn vele mislukkingen realiseerde en zijn ambt wilde neerleggen werd hij door de Heren XVII gevraagd op zijn post te blijven en benoemd tot luitenant-generaal. Hij overleed op 1 november 1750.

omhoog



Van Imhoffstraat circa 1911

Maetsuycker

Joan Maetsuycker

Geboren te Amsterdam op 14 oktober 1606. Hij studeerde in Leuven en promoveerde in de rechten, vestigde zich als advocaat in Den Haag en later bij het gerecht van Amsterdam. In 1636 werd hij “pensionaris van den Achtbaren Raedt van Justitie des Casteels Batavia”, alwaar hij het Roomskatholieke geloof zou moeten uitdragen. Dat heeft hij echter nooit gedaan.
In 1636 kwam hij aan in Batavia . Vijf jaar later werd hij raadspensionaris en buitengewoon Raad van Indië . Hij kreeg de opdracht de Bataafse Statuten op te stellen en het werk werd in 1642 goedgekeurd en van kracht verklaard en dat gebleven gedurende het gehele bestaan van de Compagnie en zelfs door de Engelsen gedurende hun overheersing van Indië overgenomen. Hij werd benoemd tot gewoon Raad van Indië en vertrok naar Ceylon waar hij een wapenstilstand en grensregeling overeen kwam met de onderkoning. Van 1646 was hij vervolgens werkzaam te Ceylon als Goeverneur. In 1650 werd hij Eerste Raad van Indië en Directeur-Generaal . Drie jaar later werd hij Gouverneur-Generaal. Hij is de langstzittende Gouverneur-Generaal ooit geweest (25 jaar). Zijn bewind vormt een bloeiperiode van de Compagnie, deels ook te danken aan mannen om hem heen als Rijckloff van Goens en Cornelis Speelman . Zijn belangrijkste successen zijn uitbreiding van het gebied in Voor-Indië (Malabar en Ceylon), onderwerping van Makassar, bezetting van de westkust van Sumatra en de eerste expeditie naar het binnenland van Java . Dat de handel goed was bleek wel uit het feit dat in 1670 een vloot met een lading te waarde van 15 miljoen gulden naar Amsterdam kon sturen hetgeen de VOC een dividend van 60% mogelijk maakte.
Na een kort ziekbed overleed hij op 24 januari 1678 te Batavia.

omhoog


Maetsuyckerstraat circa 1911

Reaal

dr Laurens Reael

Geboren op 22 oktober 1583 te Amsterdam, studeerde en promoveerde in de rechten in Leiden. Als commandeur van een vloot van 4 schepen vertrok hij in 1611 (pas 27 jaar!) naar Indië . Eenmaal aangekomen nam Both hem al snel op in de Raad van Indië . Na de dood van Reijnst duurde het enige tijd alvorens de over het land verspreide Raad weer bijeen kwam. Maar men koos eenstemmig Reael tot waarnemend Gouverneur-Generaal. Hij wilde echter een salarisverhoging hetgeen de Heren XVII ertoe dreef hem te ontslaan. Het salarisgeschil was slechts een dekmantel om hem te ontslaan want hij verschilde teveel van politiek inzicht met de bewindhebbers in Nederland. Reael wilde namelijk alleen tegen de Engelsen ingrijpen als het internationale recht dat toestond. Voorts vond hij de Heren XVII te meedogenloos met de belangen en rechten van de bevolking omsprongen. Het duurde echter nog tot zijn opvolger, Jan Pieterszoon Coen , arriveerde. Reael vocht in die periode tegen de Spanjaarden (1617, in de baai van Manilla), tegen de Engelsen te Bantam en in de Molukken en tegen Matarm te Japara.
op 36-jarige leeftijd was Reael weer terug in Nederland. Wegens sympathieën met de Remonstranten kon hij aanvankelijk geen openbare functie bekleden maar na het optreden van Frederik Hendrik in 1625 ging dat beter. Hij werd bewindhebber van de Compagnie en gezant naar Engeland (wat hem verheffing in de adelstand opleverde). Samen met de Engelsen vocht hij als opperbevelhebber van een Nederlandse vloot tegen de Spanjaarden. Tijdens de terugreis van een reis naar Denemarken in 1628 leed hij schipbreuk op de kust van Jutland en werd gevangen genomen en naar Wenen vervoerd waar hij in 1629 werd vrijgelaten. Hij bekleedde verschillende belangrijke functies in het stadsbestuur van Amsterdam, werd lid van de Muiderkring en onderscheidde zich als dichter. Hij werd benoemd tot admiraal van Holland en West-Friesland in 1637 maar overleed nog in datzelfde jaar.

omhoog


van Riebeeck

Jan Anthonisz van Riebeeck

De Nederlandse koloniaal pionier Jan van Riebeeck (soms zonder c geschreven) leefde van 1619 tot 1677. Hij stichtte op 6 april 1652 in opdracht van de VOC een verversingsstation, met moestuin en brouwerij, aan de Kaap de Goede Hoop.
De VOC was de Verenigde Oost-Indische Compagnie, een handelsonderneming, omstreeks 1600 ontstaan door bemoeienis van Van Oldenbarnevelt. Het doel was om handel te drijven met gebieden in Azië, maar vooral in Indië. De Staten-Generaal gaven daarvoor speciale toestemming. In de loop van de tijd werd de VOC meer dan een handelsfirma, ze bedreef ook politiek en moest zelfs militair optreden. Omstreeks 1800 was haar rol uitgespeeld en werd het geheel overgenomen door de Staat.
Kaap de Goede Hoop is het zuidelijkste punt van Zuid-Afrika en ligt aan de Valsbaai. De kaap werd in de winter van 1487 ontdekt door de Portugees Bartholomeu Diaz (1450-1500), die het de naam Stormkaap gaf. Door João II van Portugal werd Stormkaap herdoopt in Kaap de Goede Hoop.
Al snel groeide het verversingsstation uit tot een Hollandse kolonie. In 1806 kwam de Kaapkolonie in Brits bezit. Vanaf 1910 maakte het gebied deel uit van de Unie van Zuid-Afrika en vanaf 1961 van de Republiek Zuid-Afrika.
Van Riebeeck vervulde op Kaap de Goede Hoop, in de jaren 1652-1662, de functie van Commandeur. Vervolgens werd hij Secretaris van de Gouverneur-generaal in Nederlands-Indië (1665-1677). Deze laatste functie hield in dat hij verantwoordelijk werd voor het bestuur over alle gebieden van de compagnie in Azië.

Bewonersreactie:

Bewoner Willem-Pieter van Ledden reageerde juli 2005: "Gezien de omliggende straatnamen Van Diemen, JP. Coen, Maetsuyker, Daendels e.a. vermoed ik dat het hier om de zoon van Jan van Riebeeck gaat namelijk Abraham van Riebeeck."

Jan van Riebeeck is, tot zijn eigen frustratie nooit verder gekomen, dan secretaris van de gouverneur-generaal en dat is toch wel even iets anders dan zelf het ambt van gouverneur-generaal uitoefenen. Alle genoemde personen met uitzondering van Jan van Riebeeck zijn dus gouverneur-genraal geweest."

Ook voor zijn eigen onderzoek zal Willem-Pieter van Ledden eens in het register van andere plaatsen kijken of Van Riebeeckstraat (zonder voornaam) voorkomt in combinatie met andere gouverneur-generaals van Indie. Overigens kan hij melden dat bijvoorbeeld in Hilversum de straat gewoon voluit "Jan van Riebeeckstraat" heet. "Dat maakt het toch een stuk eenvoudiger. Jan van Riebeeck valt dan in de categorie "Hollandse ontdekkingsreiziger" iets wat ook niet echt recht doet aan de stichter van een VOC verversingsstation aan de Kaap de Goede Hoop."

Heeft u ook informatie of een reactie? Mail die dan naar: straatnamen@lombox.nl


In Haarlem hebben we ook een Van Riebeecklaan. De historicus Jaap Temminck die de straatnamen heeft beschreven voert Jan van Riebeeck aan als naamgever van deze straat. Toen ik in 2002 het onderzoek begon, stuitte ik ook op Abraham van Riebeeck en trok, tot mijn opperste verbazing nu, dezelfde conclusie als in onderstaande reactie. Ook in een van onze wijken zijn het alleen maar Gouverneur-generaals (Reael, Coen, Speelman, Van Diemen, De Carpentier, Maetsuyker, Van Outhoorn enz.). Peter van Geijlswijk
Haarlem

omhoog


Tasman

Abel Janszoon Tasman

Nederlands zeevaarder (1603 – 1659)

Abel Tasman kwam uit het Groningse gehucht Lutjegast en belandde via Amsterdam in Batavia, de uitvalsbasis van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Als stuurman en later als kapitein mengde hij zich in de concurrentieslag met andere zeevarende naties, om zo veel mogelijk zeeroutes en handelspartners voor de VOC zeker te stellen.

De reis waaraan hij zijn faam dankt, is die uit 1642-1643, waarbij hij de opdracht kreeg om vanuit Batavia een doortocht naar de zilverschatten van Zuid-Amerika te vinden. Met het jacht Heemskerck en het fluitschip Zeehaen, voer hij eerst naar Mauritius en later zuidwaarts. Mist en stormen dwongen hem tot een oostelijke koers en in plaats van op Zuid-Amerika stuitte hij op onbekend land. Hij doopte het Van Diemensland, dat later in Tasmanië zou worden omgedoopt. Bij het voltooien van z’n rondje om Australië ontdekte Tasman ook nog Nieuw-Zeeland. Tasmans volgende expedities waren niet allemaal even succesvol en mede vanwege zijn soms drieste omgang met bemanningsleden, raakte hij uit de gratie. Uiteindelijk sleet hij zijn leven als een soort varende veeboer op de Javaanse kusten.

zie: www.abeltasman.org

zie: www.abeltasman.org/kabinet.html

Chris Bos | 5-11-02

omhoog


Nieuw-Zeelander zoekt anker van Abel Tasman

Van de reizen van de beroemde nederlands kapitein Abel Janszoon Tasman, die in 1642 en 1643 als eerste Europeaan Nieuw-Zeeland en Tasmanië ontdektde, zijn behalve een aantal kaarten geen tastbare scheepsrestanten overgebleven. Maar na twintig jaar speuren is een Nieuw-Zeelander er van overtuigd geraakt dat hij de locatie heeft gevonden van het anker dat de Nederlander tijdens zijn ontdekkingsreis voor de kust van het Australische eiland verloor. Over een maand hoopt hij het te lichten.

De ijzeren haak ging volgens het dagboek van Abel Tasman voor de oostkust van Tasmanië verloren. Op basis van oude tekeningen en kaarten en met behulp van GPS-apparatuur en magnetische instrumenten ontdekte Anderson naar eigen zeggen dat het anker op 45 meter onder de zeespiegel ligt.

"Het is fascinerend, de zeebodem heeft precies de diepte die het volgens Tasman moet hebben, en in zijn dagboek schreef hij dat het licht er glooide en dat is precies hoe het er daar uitziet," aldus Anderson tegen de Nieuw -Zeelandse omroep TV One.

De architect, schrijver en zeiler doet over een maand een derde poging om het anker te lichten. Twee eerdere missies van Anderson, die op zoek naar de wortels van Tasman ook in diens Groningse geboorteplaats Lutjesgast is geweest, liepen door slecht weer en technische problemen op niets uit.

Mocht de Nieuw-Zeelander het anker vinden, dan moet hij het afstaan aan de autoriteiten op Tasmanië. Die hebben Anderson wel beloofd dat de haak mag worden tentoongesteld in Nieuw-Zeeland.

ANP/Utrechts Nieuwsblad | 01-08-05

omhoog


omhoog