Dat vreugdevuur laten we fijn branden
Nieuwjaarsnacht is de nacht van de vreugdevuren. Ook in Utrecht betekent dat veel werk voor de brandweer. Meestal gaat het om ongevaarlijke brandjes, maar soms ontstaan situaties die een risico met zich meebrengen. Aan de brandweer de taak goed en kwaad te onderscheiden en rekening te houden met de reactie van het publiek. Een kwestie van de sfeer aanvoelen, blijkt tijdens een nachtje op de brandweerwagen.
Voor de post centrum van de Utrechtse brandweer begint de nieuwjaarsnacht nog in 2002. Enkele minuten voor middernacht komt er een melding binnen: autobrand in de Van Riebeeckstraat in Lombok. Het is 2003 als chauffeur Paul Verhagen de brandweerwagen de Kanaalstraat instuurt. Honderden mensen staan op straat om vuurwerk af te steken, het brandweervoertuig is een mooi doelwit.
Rotjes knallen en sommige omstanders gooien blikjes naar de bluswagen. Maar echt vervelend wordt het niet. Het is meer de uitgelatenheid van het publiek, dat naast de herrie van het vuurwerk ook een loeiende sirene te verwerken krijgt. Sensatie in de wijk.
Postcommandant Steef Verweij vertelt eerder op de avond dat de oud-op-nieuw nacht voor de brandweerlieden iets speciaals is. Als ervaren rot in het vak kan hij er zelf niet meer van wakker liggen, maar aan zijn collega's merkt hij dat er toch een zenuwachtige sfeer is. ,,Kijk,'' zegt hij wijzend naar op chauffeur Verhagen die in de garage rond de brandweerwagen loopt, ,,de wagen wordt alweer gecontroleerd. Dat doen ze anders nooit.''
Op weg naar het autobrandje in Lombok worden in de brandweerwagen handen geschud en de beste wensen uitgewisseld voor het nieuwe jaar. Die begint voor een paar bewoners van de Van Riebeeckstraat minder gelukkig. Iemand heeft een steen door de ruit van de auto gegooid en er een brandend voorwerp ingegooid. Ze hebben het brandje zelf al geblust met een paar emmers water, maar de schade is aanzienlijk. De brandweer kan weer terug naar zijn post aan de Briljantlaan.
De terugreis wordt onderbroken voor een nieuwe oproep van de meldkamer. Op de Maliesingel is er op straat een brand uitgebroken. Het blijkt een vreugdevuur te zijn van een grote groep feestvierders. Verweij ziet het aan en zegt: ,,Dat laten we fijn branden.'' De afspraak is, dat vreugdevuren die geen overlast veroorzaken of gevaar opleveren voor personen of eigendommen niet worden gedoofd.
De feestvierders vinden het prachtig dat hun vuurtje aan mag blijven. Verweij spreekt wel een paar mensen aan. ,,Dat doe ik om de sfeer aan te voelen en te kijken hoe er wordt gereageerd.'' In het gesprekje drukt hij de feestvierders op het hart het vuur niet te hoog op te stoken. De groep houdt zich er aan, bljkt als de brandweerwagen die nacht de locatie nog meerdere keren passeert.
Bijna terug op de Briljantlaan is er weer een nieuwe melding: een vreugdevuur in de Schoutenstraat (centrum). Als de brandweerwagen de straat inrijdt wordt de ploeg van Verweij door zo"n 150 omstanders met groot gejuich begroet. Dit keer wordt het vuur wel geblust, omdat er in de nauwe straat gevaar bestaat voor het overslaan van de vlammen. De rook die vrijkomt bij het blussen doet de veel toeschouwers naar elders vluchten.
Terwijl twee brandweermannen het vreugdevuur blussen gooien een paar mensen vuurwerk naar ze toe. Een van de brandweerlieden vertelt later dat hij daar behoorlijk van schrok. Verweij: ,,We moeten er constant op voorbereid zijn dat er gekke dingen kunnen gebeuren. En als het echt te gek wordt en we bekogeld worden dan stappen we op en laten het over aan de politie. Die zijn opgeleid om te vechten. Wij niet.''
Maar de sfeer in de Schoutenstraat is, op het werpen van een paar rotjes na, vrolijk. De brandweerlieden krijgen handdrukken en de beste wensen. Verweij mengt zich onder het publiek en eet een aangeboden oliebol. Collega Nanning Smit kijkt bedenkelijk: ,,Ik heb mooi geen oliebol aangenomen. Ze kunnen er wel overheen hebben staan zeiken. Je weet het nooit.'' Volgens Verweij smaakte zijn oliebol prima.
Om 00.50 uur wordt de brandweerwagen naar de Duurstedelaan (Hoograven) gedirigeerd. Brandweerman Ton van Leur zegt waarschuwend: ,,Daar moeten we uitkijken. Daar kunnen we misschien wel iets verwachten.'' Vlak daarvoor is in de wagen het mobiloonverkeer te horen van collega's in Zuilen die bekogeld worden met stenen en zich terugtrekken.
Bij de Duurstedelaan is de situatie rustig. Slechts enkele mensen kijken toe bij een geblakerde bestelwagen, die tot de nok vol zit met brandbare spullen. Politieagenten hebben met schuimblussers voorkomen dat de potentiele brandbom zou ontploffen.De brandweer rest alleen nog het nablussen. Daarbij worden ze gade geslagen door burgemeester Annie Brouwer en politiekorpschef Peter Vogelzang, die traditiegetrouw tijdens de nieuwjaarsnacht hoogstpersoonlijk een oogje in het zeil houden op wat er in de stad gebeurt.
De centrumploeg rukt nog twee keer uit naar vreugdevuren, maar laat die gewoon branden. Nog één keer komen ze in actie om 02.35 uur als er een papiercontainer aan de Lepelenburg in brand staat.
Terug op de kazerne om 03.05 uur zet Verweij zich aan de computer om een verslag van de gebeurtenissen in te voeren voor de statistieken. Verhagen stelt nog voor bitterballen te bakken maar de meeste van zijn collega's besluiten naar bed te gaan.
Utrechts Nieuwsblad | 03-01-2003 |Ton van den Berg
|