|
|
Officiële oplevering Restauratie Antoniuskerk
De restauratie van de Antoniuskerk aan de Kanaalstraat 200 is na een lange voorbereidingsperiode toch in een korte bouwtijd voltooid.
De officiële oplevering van de restauratie is op 27 april 2006 verricht door de burgemeester van Utrecht mevrouw A.H. Brouwer-Korf, door het inwerking stellen van het oude monumentale uurwerk wat opgesteld is in de kerk. Daarvoor hield Casper Staal nog een inleiding over de kunsthistorische geschiedenis van de kerk. Lees hieronder verder
Relevante links
|
|
|
| Lombox| 28-04-06 |
|
|
Officiële oplevering van de restauratie van de Antoniuskerk aan de Kanaalstraat
Mevrouw de burgemeester, dames en heren,
Wanneer we hier vandaag bijeen zijn om de officiële oplevering van de restauratie van deze kerk te vieren, mag een enkel woord over dit gebouw en zijn geschiedenis niet ontbreken. Vanuit historisch en kunsthistorisch oogpunt was er alle reden met dit bouwwerk op een zeer zorgvuldige wijze om te springen teneinde het voor hen die na ons komen ook gaaf over te kunnen leveren.
Deze kerk werd gebouwd in 1902 en 1903, net over de eeuwwisseling. Het was een enerverend gebouw voor die dagen, vooral omdat het niet was gebouwd in de stijl die katholiek Utrecht toen al zon veertig jaar gewoon was en die haar huisstijl was geworden. Deze kerk is niet neogotisch. Om het u wat helderder voor de geest te stellen: deze kerk heeft als iets oudere broertjes de Jozefkerk aan de Draaiweg en de tot appartementen omgebouwde Martinuskerk aan de Oudegracht bij de Twijnstraat. Andere echt katholieke gebouwen uit die dagen zijn de Willibrordkerk aan de Minrebroederstraat, het Hiëronymushuis aan de Maliesingel, het Andreasgesticht aan de Springweg, het voormalige Ziekenhuis Sint Jan de Deo, thans conservatorium aan de Mariaplaats, de gesloopte Monicakerk aan de Herenweg - Oudenoord, de eveneens gesloopte Onze Lieve Vrouwe kerk aan de Biltstraat en de kerkhofkapel aan de Prinsesselaan.
Deze kerk week in alles af van de geliefde neogotische bouwstijl van die dagen die zich inspireerde op de baksteengotiek van het Rijnland. Deze kerk heeft Italiaanse trekken. Het duidelijkst is dat aan de toren te zien, die als een Toscaanse campanile naast de hoofdentree staat.
Twee jonge architecten, Jan Stuyt en Jos Cuypers, de zoon van de beroemde architect Pierre Cuypers die onder andere het Centraal Station van Amsterdam bouwde, zijn de ontwerpers van dit gebouw.
Jan Stuyt wiens hand in dit bouwwerk meer te herkennen is dan die van zijn compagnon, schiep een kerkgebouw als één ruimte. Deze kerk heeft geen pilaren. Dat was nieuw want de symboliek van twaalf pilaren, zes bij zes die de twaalf apostelen verbeeldden, was geliefd. Wat was het voordeel? Iedereen had in deze kerk onbelemmerd zicht op het altaar. Iemand zei ooit treffend ter verdediging van een kerk als deze: Waarom zou het vromer zijn tegen een pilaar aan te kijken, dan recht op het altaar?
Deze kerk heeft vervolgens een majesteitelijk gewelf. Kijkt u omhoog. Een knappe baksteenconstructie. Jan Stuyt zocht naar constructies die een grote ruimte in één keer zouden overwelven. Deze kerk uit 1903 is een experiment dat uiteindelijk zou uitlopen op de koepelkerken die hij in 1905 in Den Bosch en Amsterdam bouwde.
In 1903 was de kerk nog niet voltooid. De toenmalige aartsbisschop van Utrecht, mgr. Van de Wetering die erg op de centen was, vond dat het complete ontwerp te duur was. Zo werd de halfronde absis vooraan pas in 1924 gerealiseerd en werd de toren pas in hetzelfde jaar afgebouwd en van klokken en een uurwerk voorzien. Ook was eraan gedacht op den duur te kerk te vergroten. In feite stond er maar een half schip en werd het orgel op een provisorisch houten balkon gezet. Het pleintje voor de kerk is nooit gebruikt om de kerk dubbel zo lang te maken. In 1903 had men geen idee dat het kerkbezoek in de tweede helft van die eeuw zo zou zijn teruggelopen, dat deze kerk nooit te klein is geweest. De voorgevel van de dit gebouw laat dan ook een uiterst sober geheel, eigenlijk een tijdelijke afdichting zien.
In de loop van de eerste halve eeuw is de kerk schitterend gedecoreerd. Alle ramen ontvingen glas. Ontbraken de twaalf apostelen als zuilen, zes bij zes hebben ze een plaats gekregen in de grote ronde ramen aan de zijkant.
En daaronder staan de heilige bisschoppen van Utrecht afgebeeld, Willibrord en Bonefacius voorop. Zij zijn de zuilen van de Utrechtse kerk.
In 1939 werd dit kerkgebouw en de parochie aan de zorg van de paters dominicanen toevertrouwd omdat zij hun kerk aan de Mariaplaats gesloten en gesloopt zagen worden: een eerste teken van de ontvolkende binnenstad. De beide ronde ramen in het schip tonen heiligen uit de orde van de dominicanen. Daaronder verbeelden de glas-in-loodramen populaire heiligen; het zijn schenkingen van parochianen en organisaties.
Deze kerk is een aantal keren verbouwd en daarvan draagt het gebouw duidelijk de sporen. De belangrijkste verbouwing was in 1975. Het altaar werd uit de absis gehaald en op een verhoogd podium meer naar de gelovigen gericht in het kerkgebouw geplaatst.
Maar van de oudere inrichting bleef veel gespaard. Ik noem de kruisiginggroep die in de absis is blijven staan, van Leo Jungblut uit 1937-1939. In de rechterbeuk staat het Antoniusaltaar in brons, een werk van de Utrechtse edelsmid Jan Hendrik Brom uit 1906. Aan de andere kant ziet u het Maria-altaar dat Broms grote concurrent aan de Oosterkade, de gebroeders van Roosmalen, in 1931 vervaardigden. Vier grote beelden heeft deze kerk. Het meest opvallend is het marmeren beeld van de grote middeleeuwse theoloog van de dominicanenorde, Thomas van Aquino, hier in het schip, een schepping van Leo Jungblut in 1948.
De eerste foto van deze kerk uit 1903 laat een gebouw, nog zonder toren zien, dat in de weilanden staat en dat slechtst aan de horizon begrensd wordt door de eerste huizen. Deze tempel was het hoogste gebouw in de verre omtrek en het is dat tot ver in de twintigste eeuw gebleven. Alleen de bankgebouwen aan de Graadt van Roggeweg, - ook tempels - steken tegenwoordig de Antoniuskerk naar de kroon, evenals de hotels.
Inmiddels staat dit kerkgebouw, nu met toren, niet meer aan de stadsrand maar eigenlijk midden in Utrecht. Zij is een christelijk teken met haar kruis op de toren en haar klokken die de kerkdiensten aankondigen en die iedere dag op het middaguur het angelus luiden. Als de klok om twaalf uur luidt, wordt misschien slechts door een enkeling dit oude gebed gezegd. Maar de klok is in ieder geval het signaal dat God niet verdween uit Lombok. We mogen uit de restauratie van de Antoniuskerk mijns inziens concluderen dat Hij hier wil blijven.
Casper Staal | 27-04-06
omhoog
|
|
|